Opvolging binnen het management

Gerelateerde afbeeldingIn veel organisaties dient een directeur krachtens traditie of beleid op een bepaalde leeftijd met pensioen te gaan of af te treden. Hij zal opgevolgd moeten worden. In sommige situaties beschikt een directeur over voldoende visie om in te zien dat bij het behalen van een bepaalde leeftijd de tijd rijp is voor het overdragen van de leiding aan een andere (jongere) manager. Een specifiek programma wordt opgezet om de nieuwe manager te selecteren, voor zijn nieuwe functie op te leiden en in te werken. Sommige directeuren vinden het echter zeer moeilijk om het heft uit handen te geven, waardoor het opvolgingsproces niet soepel verloopt. Vaak liggen hier psychologische factoren aan ten grondslag, waarvan de betrokkene zich niet bewust is. Bij opvolging is een drietal fasen te onderscheiden: het onderkennen van de noodzaak tot aftreden, het selecteren van een opvolger en het overnemen van de werkzaamheden.
Aftreden Vaak ontstaan gevoelens van angst bij een directeur op het moment dat hij zich realiseert dat de pensioengerechtigde leeftijd of een ander afgesproken moment is bereikt en hij zijn functie zal moeten neerleggen. Het besef macht uit handen te moeten geven, vormt een bedreiging. Dit zien we heel sterk bij mensen die hun eigen bedrijf hebben opgericht. De opgebouwde organisatie wordt als een symbool van hun succes en als een verlengstuk van hun persoonlijkheid gezien. Afstand doen van macht wordt vaak geïnterpreteerd als een ‘stukje doodgaan’. Het denken over een andere functie binnen ofbuiten de organisatie, bijvoorbeeld een adviserende functie, valt meestal buiten hun gezichtsveld. Een andere reden waarom men de noodzaak van aftreden niet onder ogen wil zien, is de wens om een erfenis na te laten. Meestal gaat het erfenis hierbij niet om iets tastbaars, zoals een gebouw, maar om de organisatiecultuur: bijvoorbeeld een kantoorruimte schiphol stijl van leidinggeven. Er ontstaat angst dat de opvolger zijn eigen visie nahoudt op dit soort zaken en een nieuwe koers gaat varen. Om er zeker van te zijn dat de erfenis niet zal worden aangetast, gaat de directeur op zoek naar een opvolger die zijn werk op precies dezelfde wijze zal voortzetten. Vanwege veranderende behoeften van de organisatie kan deze handelwijze in de toekomst juist verkeerd uitpakken. (Sommige directeuren koesteren zelfs de hoop dat de opvolger niet zal slagen.)

Thriving on Chaos

Gerelateerde afbeelding

De afgelopen jaren is gebleken dat als een onderneming (lange tijd) succesvol is geweest, dit geen garantie hoeft te vormen voor de toekomst. Zo werd IBM genoodzaakt om vanaf het eind van de jaren tachtig haar personeelsbestand nagenoeg te halveren. Van groot belang is dat ondernemingen voortdurend anticiperen op een sterk veranderende omgeving.
In zijn in 1987 verschenen boek Thriving on Chaos zegt Tom Peters dat de chaos de norm is geworden. Managers zullen dagelijks worden geconfronteerd met grote veranderingen die onder meer worden ingegeven door ontwikkeling van automatisering en telecommunicatie. Ondernemingen zullen flexibiliteit moeten opbrengen om de chaos te gebruiken voor het te lijf gaan van nieuwe uitdagingen in de markt. In zijn boek geeft hij hiervoor 45 aanbevelingen voor het management.
Peter Drucker (1909) en algemeen management Peter Drucker3 wordt wel de aartsvader der managementgoeroes genoemd. Hij schreef sinds 1939 ruim 34 boeken over flexplek schiphol managementstudies die in 24 talen werden uitgebracht.
Volgens Drucker zijn we na de industriële revolutie met zijn productiviteitsstijgingen, nu aanbeland bij de kennisrevolutie. Kennis is volgens kennis Drucker de essentiële productiefactor geworden. Het belang van natuur, arbeid en kapitaal ligt voornamelijk in de beperkingen die zij opleggen. Zonder deze productiefactoren kan kennis niets opleveren. Drucker verwacht dat het aantal mensen dat in traditionele bedrijfstakken werkt, zoals de landbouw en industrie, in het jaar 2000 in de ontwikkelde landen zal zijn gedaald tot 20 ofhoogstens 25 procent. De resterende driekwart van de werkers valt onder te verdelen in drie ongeveer even grote groepen namelijk: de kenniswerkers zoals hoogwaardige specialisten, professionals en techneuten; de hoger opgeleide dienstverleners zoals verkopers, docenten en ambtenaren en de laag opgeleide dienstverleners zoals schoonmakers, chauffeurs en administrateurs van wie het loon steeds vaker achterblijft bij andere groepen.

‘Contingentiebenadering’

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De auteurs van dit boek hebben veel affiniteit met de ‘contingentiebenadering’ wat onder meer blijkt uit de keuze het boek te laten beginnen met het hoofdstuk omgevingsinvloeden. De omgeving wordt als de belangrijkste variabele gezien voor de inrichting en besturing van organisaties.
Vanaf de jaren tachtig zijn er verschillende auteurs/consultants die na uitgebreide organisatiestudies onmiskenbare bijdragen hebben geleverd aan de ontwikkeling van organisatietheorieën en van groot belang zijn voor het functioneren van veel organisaties in de jaren negentig. Veel ontwikkelde theorieën zijn nog niet ondergebracht in een absolute ‘denkrichting of school’. Een aantal theorieën en auteurs zullen we vervolgens beknopt behandelen.
Philip Crosby en kwaliteitszorg Een belangrijke stroming in de organisatiekunde heeft betrekking op de kwaliteitszorg in organisaties. De grondlegger van theorieën op dit gebied is de Amerikaan W. Deming die na de Tweede Wereldoorlog zijn vergaderruimte utrecht ideeën op dit gebied voor het eerst in bedrijven toepaste. Een van de bekendste hedendaagse ‘kwaliteitsgoeroes’ is de Amerikaan Philip Crosby die een totale kwaliteitsmanagementtheorie ontwikkeld heeft die momenteel in zeer veel Japanse, Europese en Amerikaanse bedrijven wordt gebruikt. Philip Crosby werkte onder meer als vice-president bij International Telephone and Telegraph Company alwaar hij veertien jaar wereldwijd verantwoordelijk was voor kwaliteitszorg. Zijn onderneming,
recente organisatietheorieën
Crosby Associates, is een van ‘s werelds grootste adviesbureaus op het .à PhilipCrosby gebied van kwaliteitsbeheer. Werken volgens het ‘zero defects’ -concept staat bij Crosby centraal. ‘zerodefects’-concept Dit betekent dat men er in organisaties naar moet streven geen fouten in processen te maken. Hij rekent af met de achterhaalde opvatting dat kwaliteitscontrole alleen nodig is in fabricageafdelingen en niet in de directiekamer. Crosb y meent dat organisaties hun kosten met zo’n 20 procent kunnen reduceren mits zij kwaliteitszorg als nummer één binnen de onderneming plaatsen. In hoofdstuk 11 wordt uitgebreid ingegaan op het thema kwaliteitszorg.

Motieven

Gerelateerde afbeelding

De partners A en B brengen hun aandelen onder in een holding company c. Dit gebeurt in ruil voor aandelen c.
Hoofdstuk 3 1 Samenwerking llla De partners A en B richten een nieuwe werkmaatschappij o op. De activa van A en B wordt ingebracht in de werkmaatschappij o in ruil voor aandelen lllb Vervolgens krijgen A en B het karakter van een holding company.
Met het oog op een grote Europese markt is er sprake van een strategi- strategische heroriëntatie sche heroriëntatie van veel ondernemingen. Door zich te beperken tot de kernactiviteiten en vervolgens te groeien, door fusie of overname, hoopt men sterker te staan in de Europese markt. Met name een groter marktaandeel en (daardoor) grotere winst liggen in de lijn der verwachting. Men poogt dit te realiseren door het verkrijgen van schaalvoordelen bij de productie alsmede door een afslanking van ondersteunende ofwel stafafdelingen. Een sterk flexplek schiphol verbeterde vermogens- en liquiditeitspositie in het bedrijfsleven biedt hiertoe de mogelijkheid. Omdat de afzetmarkten niet sterk expanderen, lijkt de enige manier van groei die door overname van organisaties.
Daarnaast speelt de concurrentiepos1t1e een belangrijke rol. Indien concurrentiepositie marktleiders zich op bepaalde markten gaan begeven overwegen de Cijfers 8r Trends Consument is de dupe van overname Het is ‘eten of gegeten worden’. Wie niet overneemt wordt wel overgenomen en wie niet wordt overgenomen gaat kopje onder. Directeuren hebben geen tijd meer om te ondernemen, ze houden zich bezig met ‘dynamisch portfoliomanagement’. Als de fusie-en overnamegolf ongecontroleerd doorrolt, delft de consument het onderspit. Als globaal ondernemen werkelijkheid wordt, hoeft dat niet te gebeuren. Maar in de farmaceutische industrie is al gebleken dat bedrijven door te fuseren slechts hun toch al gigantische marges bestendigen. Door de globalisering verliezen bedrijven de bescherming die zij voorheen op hun deelmarkten genoten. Om de toekomstige investeringen veilig te stellen, vergroten zij hun schaal. De lokale autoriteiten lijken de machtsblokken niet te durven aanpakken. De autoriteiten zullen een goed onderscheid moeten maken tussen de lokale en de internationale markt waarop de bedrijven opereren. Anders houden de fusies op de lokale markt decennialang een concurrentieverstorend effect. Niet alleen globalisering zet bedrijven aan tot fuseren. Bedrijven zijn geweldig onzeker over waarmee ze morgen hun geld gaan verdienen. De meeste industrieën concentreren zich op kernactiviteiten. Toch dreigt deze trend door te slaan. Bedrijven die zich op een klein deelgebied concentreren, lopen de kans bij de minste of geringste tegenwind om te vallen. Het ‘kwartetten’ in de directiekamers is alleen mogelijk doordat het economisch tij mee zit. Daardoor hebben bedrijven het geld om zo actief te fuseren·en te acquireren. Dit staat op gespannen voet met het alledaagse leiden van een bedrijf.
Bron

Core compentence

Gerelateerde afbeelding

Concentreer de middelen meer op de strategie intent Veel middelen gaan onnodig verloren aan administratieve processen en/of worden verdeeld over een groot aantal activiteiten die lang niet allemaal van strategisch belang zijn. 2 Zorg voor een opeenstapeling van middelen en leerervaringen Dit kan door het aangaan van samenwerkingverbanden met andere ondernemingen en/ of door het creëren van een organisatiecultuur waarbij de nadruk ligt op het lerende vermogen. 3 Zoek naar aanvullingen met andere (beschikbare) middelen Vaak zijn middelen uit het verleden in een bepaalde richting aangewend waarvan bij nieuwe ontwikkeling van producten weer op een efficiënte wijze gebruik kan worden gemaakt. 4 Het in stand houden van middelen Dit kan worden gerealiseerd door beschikbare kennis in verschillende producten toe te passen. Honda houdt de media ‘Core compentence geeft richting aan strategie bij Van Geel Groep’ Bij de Van Geel Groep was men gewend om met behulp van het managementteam bliksemsnel van richting te veranderen wanneer de ontwikkelingen in de markt of de bedrijfsomgeving daarom vergaderruimte utrecht vroegen. Dit lijkt op het eerste gezicht een sterk punt, maar volgens Van Geel raakte de organisatie hierdoor regelmatig het spoor kwijt. Daarom moest er meer richting gegeven worden aan de strategie binnen de onderneming. Als onderdeel van de strategieontwikkeling werd de ‘core competence’ vastgesteld. Bij de Van Geel Groep is dit: ‘Het verwerken van dun plaatstaal in combinatie met het snel en alert kunnen reageren op de omgeving’. De Van Geel Groep heeft zich verder altijd al gericht op de export. Dank zij het definiëren van de core competence kunnen ze hier makkelijker op inspelen door bewust naar samenwerking te streven. ‘Tot voor kort kochten we tamelijk willekeurig ondernemingen: legt Van Geel uit. ‘Tegenwoordig bepalen we aan de hand van een ondernemingsconcept het belang van een bedrijf dat we willen overnemen. Dat doen we door gegevens over produkten, markten en materialen te verzamelen. Die drie bronnen zetten we op de assen van een X-Y-Z-grafiek en vervolgens gaan we bekijken of het betreffende bedrijf op deze punten aansluit bij onze huidige activiteiten. Dit is een verhelderend hulpmiddel. Als we nu uitbreiden, blijven we zo dicht mogelijk bij onze corebusiness. ‘Een goed voorbeeld daarvan is het bedrijf Dam pa uit Denemarken. We hebben een aandeel in dit bedrijf van 49 procent met een optie voor 52 procent. Dam pa maakt aluminium plafonds, maar gaat verder dan onze eigen markt, de utiliteitsbouw. Dam pa voegt een aantal elementen aan de Van Geel Groep toe, zoals een materiaal als aluminium en een nieuwe markt als de scheepsbouw. Toch sluiten de activiteiten van deze onderneming goed aan op Van Geel, omdat het bedijf zich tevens richt op de bouw en eveneens gebruik maakt van dun plaatstaal’.

Omgeving en organisatie

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Evenwichtige groei De sterke elementen van het vrije-marktprincipe en het coördinatieprincipe zijn de fundamentele kracht achter economische ontwikkeling. Evenwicht op wereldniveau is het sleutelwoord. Nadruk komt te liggen evenwicht op wereldniveau op duurzame ontwikkeling en een sterke technologische dynamiek. Door een sterke mate van samenwerking op wereldniveau kunnen alle werelddelen hiervan profiteren, ook Europa.
In West-Europa wordt de welvaartsstaat voor een gedeelte afgebouwd, wordt meer nadruk gelegd op financiële prikkels en wordt concurrentie bevorderd. Problemen op de gebieden van energie, voedsel en milieu worden structureel en gezamenlijk flexplek schiphol aangepakt. Kortom een zeer optimistisch wereldscenario.
Het vrije-marktdenken zal in Nederland een belangrijke factor voor economische ontwikkeling zijn. In dit scenario deelt Nederland mee in de technologische ontwikkeling en verdere internationalisatie.
De rol van de overheid zal voornamelijk bestaan uit het stimuleren van de dynamiek van de Nederlandse economie door marktwerking en concurrentie. Speerpunten bij het overheidsbeleid zijn de kwaliteit van het onderwijs en infrastructuur. Een herijking van de Nederlandse verzorgingsstaat zal zich richten op een versterking van financiële prikkels op de arbeidsmarkt en een versobering van de sociale zekerheid. In het volgende hoofdstuk zal nader ingegaan worden op de wijze waarop een organisatie zich richt op haar omgeving, namelijk strategisch management.

Bevoegdheden van de burgemeester

Gerelateerde afbeelding

Bevoegdheden van de burgemeester Behalve dat de burgemeester voorzitter is van de gemeenteraad, zonder stemrecht (art. 9 Gemw), en van het college van burgemeester en wethouders, met stemrecht (art. 34 Gemw), is hij ook nog een afzonderlijk gemeentelijk bestuursorgaan met eigen bevoegdheden. Art. 170 Gemw bepaalt dat de burgemeester toeziet op een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het gemeentelijk beleid; een goede samenwerking met andere overheden; de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie en op een zorgvuldige behandeling van klachten en bezwaarprocedures. Ook moet de burgemeester een burgerjaarverslag uitbrengen. Deze bepaling kan gezien worden als de basis voor de bestuurlijk coördinerende rol van de burgemeester als voorzitter van de raad en van het college. De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte (art. 171 Gemw). Het gaat hier om de vertegenwoordiging van de gemeente als rechtspersoon, niet om de vertegenwoordiging van de gemeentelijke bestuursorganen als de raad en het college van burgemeester en wethouders. Wanneer de flexplek schiphol gemeente als rechtspersoon in een privaatrechtelijke procedure wordt betrokken, bijvoorbeeld als iemand de gemeente aansprakelijk stelt voor geleden schade, dan vertegenwoordigt de burgemeester de gemeente bij het voeren van de procedure. Voeren de raad of burgemeester
2.5 Lagere rechtsgemeenschappen 61
en wethouders als bestuursorganen van de gemeente een beroepsprocedure voor de administratieve rechter, dan regelen zij zelf hun vertegenwoordiging via machtiging. De belangrijkste taak van de burgemeester ligt op het terrein van de openbare orde en veiligheid. Het gaat hierbij om de volgende bevoegdheden: – het handhaven van de openbare orde (art. 172 lid 1 Gemw). Het gaat hier om de zorg voor het voorkomen van strafbare feiten, en voor de naleving van regels bij niet-naleving waarvan de orde en rust in het openbare leven kan worden verstoord; – het met behulp van de politie beletten of beëindigen van overtredingen van wettelijke voorschriften betreffende de openbare orde (art. 172 lid 2 Gemw); – het geven van bevelen die bij (ernstige vrees voor) verstoring noodzakelijk zijn te achten voor de handhaving van de openbare orde (art. 172 lid 3 Gemw); – het opperbevel bij brand en andere ongevallen en het geven van de daarbij nodige bevelen (art. 173 Gemw); – het uitoefenen van toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden en op de voor het publiek openstaande gebouwen (art. 174 Gemw); – het sluiten van een woning of een erf bij verstoring van de openbare orde (art.174a Gemw); – het geven van noodbevelen (art. 175 Gemw) en het uitvaardigen van noodverordeningen (art. 176 Gemw) in geval van oproerige beweging, andere ernstige wanordelijkheden of rampen of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan; kortom in noodsituaties; – de burgemeester kan de uitvoering van zijn besluiten op het terrein van de openbare orde niet delegeren aan een ondergeschikte ambtenaar (art. 177 Gemw). Wel kan hij hier mandaat toepassen.

‘Minister van Staat’

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Minister van staat ‘Minister van Staat’ is een eretitel die door de Kroon verleend kan worden. Voor zo’n eretitel komen alleen voormalige ministers in aanmerking die grote verdiensten hebben gehad voor de overheid. Een Minister van Staat wordt voor het leven benoemd. Hij fungeert niet als minister en maakt geen deel uit van de ministerraad.
2.2.3 staatssecretarissen Sinds de Grondwetswijziging van 1948 is het mogelijk dat aan een ministerie één of meer staatssecretarissen worden verbonden. Een staatssecretaris wordt net als een minister benoemd bij Koninklijk Besluit (art. 46 Gw). Staatssecretarissen kunnen werkzaam zijn op het gehele terrein van het ministerie, maar ook belast worden met een speciaal onderdeel van de taak die op het ministerie wordt verricht. Afspraken daarover worden door de betrokken minister met zijn staatssecretaris(sen) gemaakt.
Staatssecretarissen kunnen tot op zekere hoogte optreden alsof zij minister zijn: zij verschaffen inlichtingen aan het parlement, ondertekenen wetten en besluiten enzovoort. Een staatssecretaris is geen lid van de ministerraad. Hij is vergaderruimte utrecht voor zijn daden wel politiek verantwoordelijk: als hij niet meer het vertrouwen van het parlement bezit, moet hij aftreden. De minister blijft echter eveneens verantwoordelijk. De Grondwet formuleert het in art. 46 als volgt:
34 2 Staatsrecht algemeen
‘Een staatssecretaris treedt in de gevallen waarin de minister het nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen, in zijn plaats als minister op. De staatssecretaris is uit dien hoofde verantwoordelijk, onverminderd de verantwoordelijkheid van de minister.’
2.2.4 Raad van State De Raad van State is het belangrijkste adviesorgaan van de regering. Voorzitter van de Raad is de Koning (art. 74 Gw), doch deze treedt hoogst zelden als zodanig op. De vermoedelijke troonopvolger, die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is van rechtswege lid van de Raad van State (art. 74 Gw). Naast de in feite als voorzitter optredende vicepresident bestaat de Raad van State verder uit ten hoogste 28 leden, die door de Kroon worden benoemd. De inrichting, samenstelling en bevoegdheden van de Raad van State zijn vastgelegd in een organieke wet: de Wet op de Raad van State. De taken van de Raad zijn: het uitbrengen van adviezen aan de Kroon over alle voorstellen van wetten en ontwerpen van AMvB’s, alsmede over voorstellen tot goedkeuring van verdragen (art. 73 Gw); het als administratieve rechter in hoogste instantie beslissen op beroepen die krachtens de Awb worden ingesteld.
De eerste taak wordt vervuld door de Afdeling wetgeving van de Raad van State en de tweede taak door de Afdeling bestuursrechtspraak.

Het ordenen van chaos

Gerelateerde afbeelding

Schrijven heeft te maken met het ordenen van chaos, iets zodanig rangschikken dat alles op de juiste plek komt te liggen. Je brengt licht in de duisternis en maakt iets wat onzichtbaar was toegankelijk voor anderen. Dat is in ieder geval het ambacht van een schrijver. Je wacht geduldig totdat je een verhaal uit Het Veld hebt opgepikt en vervolgens breng je het verhaal zo mooi mogelijk onder woorden.
Vandaag zit ik, Hans Peter Roel, op mijn verjaardag in een eetcafé in Amsterdam Zuid-Oost. We kijken uit op de voetbaltempel van Ajax en ik begroet mijn afspraak die net is binnengelopen. Arjan is een eind dertiger met een trendy baardje, een lange leren jas en een ontwapenende lach. Het was Arjan geweest die mij zeven jaar geleden op 7 juli 2007 de e-mail had gestuurd met de flexplek schiphol vergelijking tussen John F. Kennedy en Abraham Lincoln. De e-mail met het schijnbaar onoplosbare mysterie heeft mij de afgelopen zeven jaar niet meer losgelaten. De vergelijking tussen John F. Kennedy en Abraham Lincoln heeft mij bewust gemaakt van Het Veld om ons heen en van de wijze waarop onze levens worden gestuurd.
Toeval bestaat niet, dat is me inmiddels wel duidelijk geworden. De e-mail van Arjan was voor mij de aanleiding om als schrijver op zoek te gaan naar een nieuw verhaal. En zo ben ik na jarenlang zoeken eindelijk op het verhaal De vierde dimensie gestuit, dat bij mij binnenkwam op zo’n heftige wijze dat ik er niet meer van kon slapen.

Federal Reserve System (FED)

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Je weet niets van het leven als je nog nooit hebt nagedacht over de vierde dimensie en misschien zelfs het bestaan van de vierde dimensie ontkent. Dat gevoel kreeg ik door de laatste woorden van de professor. iedereen weet dat we op deze aarde niet tot in het oneindige kunnen doorgroeien, maar toch is het geen belangrijk thema op de politieke agenda’s. Hoe kunnen we massaal zo kortzichtig denken? Het is alsof we met een toverstaf in slaap zijn gesust en geen weet hebben van de werkelijke problemen. “De man, die het allereerst het gevaar van ongebreidelde economische groei zag, was John F. Kennedy,” zegt de professor. “Dat maakte hem briljant, maar kostte hem ook zijn leven. De moord op John F. Kennedy lijkt een mysterie, maar is dat niet. Ik heb uiteindelijk het motief van zijn moord gevonden.” Niet zonder trots kijkt de professor me aan. Wat hele volksstammen journalisten nooit is gelukt, daar heeft professor Roy Markowitz het motief van de moord wel gevonden. Het klinkt te onwaarschijnlijk voor woorden. “Hoe bent u daarachter gekomen?” vraag ik. “Ik heb in eerste instantie vooral naar de kantoorruimte schiphol experts geluisterd. Zoals meestal in dit soort gevallen, is het elke keer weer net een ander verhaal. Maar in de kern komen de meeste verhalen op hetzelfde neer: John Kennedy werd vermoord omdat hij de
Federal Reserve System (FED) aan banden wilde leggen.” “Hoe zit dat dan?” vraag ik. “De FED is een private organisatie die als enige de bevoegdheid heeft om tegen een renteheffing geld te lenen aan de overheid van de Verenigde Staten. Zij bepalen dus de hoeveelheid geld die er in het financiële systeem terechtkomt en dat geeft hun een ongekende macht. Vijf maanden voordat de president is vermoord, had John F. Kennedy Executive Order nummer 11110 ondertekend. Deze wetswijziging gaf de overheid van de Verenigde Staten de macht terug om haar eigen geld uit te geven, waarbij zij geen rente hoefde te betalen. Het behoeft geen betoog dat deze politieke beslissing veel kwaad bloed heeft gezet binnen de FED.” “Is John F. Kennedy dan vermoord door de FED? Dat lijkt me toch onwaarschijnlijk.”